Een robot als meest gewaardeerde collega

In een serie van drie blogs gaan we in op het fenomeen ‘Mens en Transitie’. In de eerste blog ‘De wereld verandert snel – groot cliché, enorme gevolgen’ ging het over de context van alle veranderingen in termen van technologie, samenleving en overheid. Het tweede blog, ‘Hoe je de hele organisatie meekrijgt in de transitie’ zoomde verder in op wat die veranderingen betekenen voor de informatieprofessional anno nu. In dit derde en laatste blog lees je hoe je hier nu en in de toekomst invulling aan kunt geven. Want dat die robot-collega er komt, sterker nog: er al is, is een feit!

In 2045 is het computerbrein krachtiger dan onze menselijke hersenen. Tenminste, dat is de voorspelling die futuroloog en Google-ingenieur Ray Kurzweil een aantal jaren geleden deed.
Of het ooit zo ver komt en of het inderdaad binnen een jaar of 25 al zo ver is, kunnen we moeilijk zeggen. Laat staan dat we precies kunnen beredeneren welke gevolgen deze ‘singulariteit’ heeft.

Maar al ruim vóór 2045 zullen we steeds meer robots als collega’s gaan begroeten. Of als concurrenten. Volgens berekeningen van het McKinsey Global Institute komen rond 2030 wereldwijd zo’n 800 miljoen mensen zonder werk te zitten door verregaande automatisering.

De robots zijn er al

Helemaal nieuw is dat natuurlijk niet. Robots zien er niet uit als de blikken mensen uit sciencefictionfilms, het zijn de machines die in de fabriek een auto in elkaar zetten, in het magazijn bestellingen bij elkaar zoeken, de IT-afdeling helpen data te migreren of algoritmes die de datascope vormen. Ze zijn er al lang! Automatisering heeft functies doen verdwijnen, maar er ook voor gezorgd dat mensen het ‘repeterende’ werk aan de computer of machine konden overlaten en zich meer konden richten op innovatie of een betere dienstverlening.

Verdrinken in data

Wat voor mensen zijn er op de werkvloer nodig in een tijd waarin organisaties steeds meer op basis van data werken en waarin mensen dreigen te verdrinken in de grote hoeveelheden informatie die organisaties overspoelt? Het centrale informatiemanagement wordt verwezen naar de geschiedenisboeken. Informatiemanagers worden datamanagers met specialistische kennis van data en van de context van potentiële gebruikers. Ook is er behoefte aan mensen die data cureren. Dat betekent het selecteren van relevante data en het verfijnen, vereenvoudigen, presenteren en verklaren ervan. Kortom: waarde toevoegen aan data.

Zelfsturende vakmensen

Dat wil niet zeggen dat organisatieveranderingen puur door technologie worden gedreven. In het nieuwe type organisatie dat ontstaat, de virtuele organisatie, zijn vakmensen steeds belangrijker. Deze specialisten hebben ieder hun eigen diepgaande expertise en werken op basis daarvan met elkaar samen. De hiërarchie van dit type organisatie verschilt sterk met de piramidestructuur die we nu nog vooral zien. Leiderschap raakt verspreid binnen het netwerk. Professionals zullen meer autonomie krijgen en daardoor de vaardigheid moeten krijgen om zichzelf aan te sturen. Door deze manier van samenwerken, is het essentieel dat professionals elkaar vertrouwen en daardoor het beste in elkaar naar boven halen.

Computers en robots worden steeds meer onze collega’s. Daarbij is het belangrijk om als organisatie te blijven nadenken. Welke nieuwe technologie heeft toegevoegde waarde en welke niet? Is het ethisch wel verantwoord om constant data te blijven verzamelen en die te koppelen? Weten wij straks nog op grond waarvan zelflerende algoritmes beslissingen nemen? Gaan robots voor ons beslissingen nemen die we beter aan mensen kunnen overlaten? Uiteindelijk willen we als mens in alle gevallen de regie in eigen hand houden.

 

De nieuwste artikelen in uw mailbox?
Blijf op de hoogte met de Eburg nieuwsbrief!