Mensen die al langer binnen de overheid werken kunnen er meewarig over vertellen: de schier eeuwige golfbeweging van centraliseren en decentraliseren. Zeker voor de facilitaire functies geldt dat, dus ook voor de DIV. Er is een algemeen beeld ontstaan dat er elke zeven of tien jaar een tegengestelde beweging wordt gemaakt.
Klantgericht versus doelmatigheid
De ene keer zwenkt die uit naar decentrale service-units die dicht bij de gebruiker staan. Dat is goed voor de klantgerichtheid. De volgende keer wordt juist een concernbreed apparaat opgezet. Dat zorgt weer voor meer doelmatigheid en personele flexibiliteit. De ene keer zijn specialisten gewenst, met kennis van specifieke werkprocessen. De andere keer worden juist breed inzetbare generalisten gevraagd.
Meer aan de hand
Velen in het veld bezien de huidige opkomst van shared-serviceorganisaties (SSO) in het licht van deze golfbeweging. Daar is ook wel enige aanleiding toe: met name ondersteunend personeel wordt bij een SSO inderdaad ‘uit de lijn’ gehaald en ondergebracht in een nieuwe, centrale club. Maar is dat beeld desondanks wel terecht? Vormen de SSO’s inderdaad ‘gewoon’ de volgende concentratiegolf, of is er toch meer aan de hand? Het antwoord is natuurlijk ja: er is zeker meer aan de hand. Lees daarover meer in het artikel "De opkomst van "Shared-serviceorgansisaties; ouderwetse centralisatie in een modern jasje?"
