ICT-jurist De Pous geeft zijn mening over open source en open standaarden
Open source software en open standaarden beheersen vrijwel iedere discussie over automatisering in de publieke sector. Vooral open source wordt gezien als dé redding voor veel problemen. Recent heeft de Tweede Kamer een duidelijk signaal afgegeven in de vorm van de acceptatie van het actieplan van staatssecretaris Heemskerk ‘Nederland Open in Verbinding’. Hierin geeft de overheid duidelijk de voorkeur aan open source software. Maar is dit een zaligmakende keuze? Mr. Victor de Pous, die al 25 jaar gespecialiseerd is in rechtsaspecten van digitale technologie en veel onderzoek heeft gedaan naar het open source-fenomeen, vindt van niet. Volgens hem zou de focus van ICT op andere onderwerpen gericht moeten worden, zoals kwaliteit, duurzaamheid én de kwetsbaarheid van een samenleving, die inmiddels volledig afhankelijk van ICT is geworden.
Hoe kijkt u aan tegen open source software?
Heel feitelijk gezien betreft open source software een bonte verzameling van Amerikaanse juridische voorwaarden voor de beschikbaarstelling van softwarecode. Met brede gebruiksrechten, maar zonder waarborgen en zekerheden. Je kunt ook zeggen dat open source een businessmodel is. Daarvan kennen we er tenminste zeven. Het is echter in beginsel aan de softwareproducent om te bepalen welk model, of combinatie van modellen, voor zijn computerprogramma’s het beste is.
Aan gebruikerszijde kies je mijns inziens primair voor een bepaald informatiesysteem of applicatie op grond van functionaliteiten en standaarden. Niet omdat de programmatuur op basis van het open souce-businessmodel met één van de 200 open sourcelicenties wordt aangeboden. Bovendien spelen onderhoud en verdere ontwikkeling van de code (de zogenaamde ‘road map’) bij die keuze eveneens een belangrijke rol. Netzo overigens als juridische waarborgen en zekerheden in het contract. Denk aan bevoegdheid tot levering, vrijwaring tegen aanspraken op grond van inbreuk op intellectueel eigendom, garanties dat de software volgens bepaalde technische normen is gebouwd, werkt én blijft werken. En natuurlijk een redelijke aansprakelijkheidsregeling. Tenminste, zo zou het moeten zijn.
Maar zo is het dus niet …?
Nee, helaas niet. Op dit moment wordt de discussie vooral gevoerd over open versus gesloten source software. Daarbij lijkt het soms of programmatuur die niet gratis is en niet met de broncode wordt geleverd per definitie slecht is. Onzin, natuurlijk.
Wat is dan wel een zinvolle discussie?
Onze maatschappij heeft z’n ziel en zaligheid opgehangen aan de beschikbaarheid en goede werking van digitale technologie: hardware, software en infrastructuur. Zonder ICT staat alles letterlijk stil. Dát moet je snappen en vervolgens maatregelen nemen. Meer aandacht voor de kwaliteit van ICT-projecten en de gevolgen van te late leveringen, gebreken en uitval. Wie is waarvoor verantwoordelijk en aansprakelijk? Overheidsorganisaties moeten dus meer waarborgen en zekerheden verlangen en tevens om juridische borging vragen. Focus op kwaliteit en duurzaamheid. Dit moet hoog op de agenda! En dit debat is belangrijker dan die over business modellen in de ICT-sector.
Zeven business modellen
Voor de beschikbaarstelling van computerprogramma’s bestaat een mix van business modellen en juridische voorwaarden, waarmee een gebruikersorganisatie van enige omvang in het kader van de door haar gebruikte software tegenwoordig doorgaans te maken heeft.
-
Computerprogramma’s in eigendom van een gebruikersorganisatie
(in eigen huis ontwikkeld of in opdracht gebouwd door een externe leverancier en vervolgens in eigendom overgedragen);
-
Software in licentie, die standaard met de broncode wordt geleverd (o.a. de bedrijfsprogrammatuur van SAP);
-
Software in licentie, die in Escrow is gegeven, dat wil zeggen de broncode en ontwikkel-documentatie zijn gedeponeerd bij onafhankelijke escrow-agent, zodat de gebruiker in geval van wanprestatie van de leverancier, surséance van betaling of faillissement van de leverancier een toegangs- en gebruiksrecht op de broncode heeft (o.a. alle software van CA);
-
Freeware: software in licentie waarbij de rechthebbende geen vergoeding voor het gebruik verlangt (zoals Adobe Reader van Adobe), maar die geen free of open source software betreft, omdat de juridische voorwaarden hieraan niet voldoen;
-
Computerprogramma’s in licentie waarvoor een inzagerecht in de broncode voor de licentienemer beschikbaar is (o.a. het besturingssysteem Windows XP van Microsoft);
-
Closed source software, een computerprogramma in licentie, waarbij de leverancier geen beschikbaarheid van de broncode aan de licentienemer biedt, en waarbij normaal gesproken betaling wordt verlangd voor het gebruiksrecht;
-
Open source software, daaronder mede begrepen free software: computerprogramma’s in licentie met brede rechten op de broncode en waarvoor geen betaling voor het gebruiksrecht mag worden gevraagd (o.a. Linux, Apache, Sendmail, Mozilla).
Voor meer informatie kunt u het gehele artikel downloaden
ICT-jurist De Pous geeft zijn mening over open source en open standaarden
Open source software en open standaarden beheersen vrijwel iedere discussie over automatisering in de publieke sector. Vooral open source wordt gezien als dé redding voor veel problemen. Recent heeft de Tweede Kamer een duidelijk signaal afgegeven in de vorm van de acceptatie van het actieplan van staatssecretaris Heemskerk ‘Nederland Open in Verbinding’. Hierin geeft de overheid duidelijk de voorkeur aan open source software. Maar is dit een zaligmakende keuze? Mr. Victor de Pous, die al 25 jaar gespecialiseerd is in rechtsaspecten van digitale technologie en veel onderzoek heeft gedaan naar het open source-fenomeen, vindt van niet. Volgens hem zou de focus van ICT op andere onderwerpen gericht moeten worden, zoals kwaliteit, duurzaamheid én de kwetsbaarheid van een samenleving, die inmiddels volledig afhankelijk van ICT is geworden.
Hoe kijkt u aan tegen open source software?
Heel feitelijk gezien betreft open source software een bonte verzameling van Amerikaanse juridische voorwaarden voor de beschikbaarstelling van softwarecode. Met brede gebruiksrechten, maar zonder waarborgen en zekerheden. Je kunt ook zeggen dat open source een businessmodel is. Daarvan kennen we er tenminste zeven. Het is echter in beginsel aan de softwareproducent om te bepalen welk model, of combinatie van modellen, voor zijn computerprogramma’s het beste is.
Aan gebruikerszijde kies je mijns inziens primair voor een bepaald informatiesysteem of applicatie op grond van functionaliteiten en standaarden. Niet omdat de programmatuur op basis van het open souce-businessmodel met één van de 200 open sourcelicenties wordt aangeboden. Bovendien spelen onderhoud en verdere ontwikkeling van de code (de zogenaamde ‘road map’) bij die keuze eveneens een belangrijke rol. Netzo overigens als juridische waarborgen en zekerheden in het contract. Denk aan bevoegdheid tot levering, vrijwaring tegen aanspraken op grond van inbreuk op intellectueel eigendom, garanties dat de software volgens bepaalde technische normen is gebouwd, werkt én blijft werken. En natuurlijk een redelijke aansprakelijkheidsregeling. Tenminste, zo zou het moeten zijn.
Maar zo is het dus niet …?
Nee, helaas niet. Op dit moment wordt de discussie vooral gevoerd over open versus gesloten source software. Daarbij lijkt het soms of programmatuur die niet gratis is en niet met de broncode wordt geleverd per definitie slecht is. Onzin, natuurlijk.
Wat is dan wel een zinvolle discussie?
Onze maatschappij heeft z’n ziel en zaligheid opgehangen aan de beschikbaarheid en goede werking van digitale technologie: hardware, software en infrastructuur. Zonder ICT staat alles letterlijk stil. Dát moet je snappen en vervolgens maatregelen nemen. Meer aandacht voor de kwaliteit van ICT-projecten en de gevolgen van te late leveringen, gebreken en uitval. Wie is waarvoor verantwoordelijk en aansprakelijk? Overheidsorganisaties moeten dus meer waarborgen en zekerheden verlangen en tevens om juridische borging vragen. Focus op kwaliteit en duurzaamheid. Dit moet hoog op de agenda! En dit debat is belangrijker dan die over business modellen in de ICT-sector.
Zeven business modellen
Voor de beschikbaarstelling van computerprogramma’s bestaat een mix van business modellen en juridische voorwaarden, waarmee een gebruikersorganisatie van enige omvang in het kader van de door haar gebruikte software tegenwoordig doorgaans te maken heeft.
-
Computerprogramma’s in eigendom van een gebruikersorganisatie
(in eigen huis ontwikkeld of in opdracht gebouwd door een externe leverancier en vervolgens in eigendom overgedragen);
-
Software in licentie, die standaard met de broncode wordt geleverd (o.a. de bedrijfsprogrammatuur van SAP);
-
Software in licentie, die in Escrow is gegeven, dat wil zeggen de broncode en ontwikkel-documentatie zijn gedeponeerd bij onafhankelijke escrow-agent, zodat de gebruiker in geval van wanprestatie van de leverancier, surséance van betaling of faillissement van de leverancier een toegangs- en gebruiksrecht op de broncode heeft (o.a. alle software van CA);
-
Freeware: software in licentie waarbij de rechthebbende geen vergoeding voor het gebruik verlangt (zoals Adobe Reader van Adobe), maar die geen free of open source software betreft, omdat de juridische voorwaarden hieraan niet voldoen;
-
Computerprogramma’s in licentie waarvoor een inzagerecht in de broncode voor de licentienemer beschikbaar is (o.a. het besturingssysteem Windows XP van Microsoft);
-
Closed source software, een computerprogramma in licentie, waarbij de leverancier geen beschikbaarheid van de broncode aan de licentienemer biedt, en waarbij normaal gesproken betaling wordt verlangd voor het gebruiksrecht;
-
Open source software, daaronder mede begrepen free software: computerprogramma’s in licentie met brede rechten op de broncode en waarvoor geen betaling voor het gebruiksrecht mag worden gevraagd (o.a. Linux, Apache, Sendmail, Mozilla).
Voor meer informatie kunt u het gehele artikel downloaden