De visie van Centric op open source en open standaarden
Open standaarden en open source software worden gezien als gelijkwaardige wondermiddelen om interoperabiliteit te realiseren. Tenminste door beslissers in het politieke veld. Dit blijkt uit het actieplan ‘Nederland Open in Verbinding’ van staatssecretaris Heemskerk. Lidwien Meijers, strategisch productmanager, en Ben van Lier, account directeur overheid, zijn het hier niet mee eens. Zij hechten veel belang aan open standaarden voor het bereiken van interoperabiliteit. Zij zijn vanuit Centric nauw betrokken bij deze belangrijke ontwikkelingen.
Wat is jullie visie op open source en open standaarden?
Lidwien: Ik vind open standaarden belangrijker dan open source voor het bereiken van de gewenste uitwisseling van gegevens. Zeker in het kader van onze productvisie en strategie. Hierin vormt het koppelen met gegevens en informatie uit diverse softwareapplicaties van verschillende leveranciers een heel belangrijk aspect voor het verbeteren van de gemeentelijke dienstverlening. Je wilt de samenhang bij het uitwisselen van gegevens en informatie zo goed mogelijk afgedekt hebben. En daar natuurlijk ook gedegen op kunnen testen. Daarvoor zijn open standaarden tussen de verschillende samenwerkende partijen cruciaal. Voor de leveranciers voor de technische uitwisseling en inhoudelijk voor de gemeentelijke afdelingen die de gegevens moeten delen. Applicaties die zijn gebouwd met behulp van open source software zijn dan maar één aspect in het grote geheel. Daarnaast geeft het gebruik van open source software geen garantie dat de software gebruik maakt van noodzakelijke open standaarden.
Ben: Ik ben het hier mee eens, alleen wil ik de scope iets breder aanzetten. Het gaat niet meer alleen om de interne uitwisseling van gegevens en informatie, maar ook om de uitwisseling van informatie en gegevens tussen organisaties, zoals bijvoorbeeld bij de basisregistraties. Interoperabiliteit dus. Het vermogen van informatiesystemen om op elektronische wijze gegevens uit te kunnen wisselen binnen en tussen organisaties. Daar ligt de grootste uitdaging voor de komende jaren binnen de publieke sector. Op die manier kunnen ICTtoepassingen namelijk oplossingen voor maatschappelijke problemen faciliteren. Hoe kunnen we bijvoorbeeld de gegevens en informatie van verschillende instanties het best aan elkaar koppelen voor het Elektronisch Kind Dossier? Hoe verbeteren we daarmee het signaleren van problemen bij kinderen? En hoe garanderen we de privacy van ouder en kind? Maar ook vragen als, hoe we in het kader van rampen- en crisisbeheersing de uitwisseling van gegevens en informatie tussen bijvoorbeeld gemeenten en de betrokken hulpverleners kunnen verbeteren? En daarmee de gevolgen voor mensen en objecten zoveel mogelijk kunnen beperken. Dat zijn de issues waar het mij om gaat.
Bestuurlijk Den Haag wekt nu de indruk zich voor de nabije toekomst blind te staren op het gebruik van open source software. Hoe kijken jullie tegen deze discussie aan?
Lidwien: Ik vind het een vreemde gedachte dat de inzet van open source software binnen de overheid beter zou zijn voor de ontwikkeling van de Nederlandse kenniseconomie. Dat is een volledige miskenning van wat in de bestaande industrie – ook wel gesloten software genoemd – gebeurt. Wij voegen als leveranciers op dit vlak immers voortdurend specifieke kennis en deskundigheid toe aan bestaande software-(ontwikkel)-technologieën. Hierdoor ontstaat functionaliteit, waardoor de software pas echt geschikt wordt om organisaties en medewerkers te ondersteunen bij de uitvoering van bijvoorbeeld wettelijke taken en activiteiten. Daarmee levert deze industrietak dus een enorme bijdrage aan de ontwikkeling van de Nederlandse kenniseconomie.
Ben: Kijk ook eens naar de werkgelegenheid in de gesloten software-industrie. Alleen in Nederland gaat het dan al om meer dan duizend bedrijven en tienduizenden banen, die allemaal investeren en bijdragen aan de ontwikkeling van specifieke softwaretoepassingen voor specifieke marktsegmenten. Daarmee leveren zij dus een substantiële bijdrage aan de Nederlandse economie in het algemeen en de kenniseconomie in het bijzonder.
Lidwien: Er werkt op dit moment slechts een handvol mensen met open source software. Uit het GV gebruikersonderzoek bleek dat onder gemeenten nog weinig animo was voor backofficesystemen op basis van open source. De tekstverwerker en het agenda-systeem boden mogelijkheden, maar op andere gebieden wil men zich er niet aan wagen. Zeker niet als je kijkt naar de automatisering van bijvoorbeeld een leerlingen- of begraafplaatsadministratie. Natuurlijk is het wel wenselijk dat de gangbare open source producten door ons worden ondersteund en dat doen we ook. Zo kunnen onze producten bijvoorbeeld werken met een open besturingssysteem als Linux (Red hat of Suse) of werken met open office als tekstverwerker.
Voor meer informatie kunt u het gehele artikel downloaden
De visie van Centric op open source en open standaarden
Open standaarden en open source software worden gezien als gelijkwaardige wondermiddelen om interoperabiliteit te realiseren. Tenminste door beslissers in het politieke veld. Dit blijkt uit het actieplan ‘Nederland Open in Verbinding’ van staatssecretaris Heemskerk. Lidwien Meijers, strategisch productmanager, en Ben van Lier, account directeur overheid, zijn het hier niet mee eens. Zij hechten veel belang aan open standaarden voor het bereiken van interoperabiliteit. Zij zijn vanuit Centric nauw betrokken bij deze belangrijke ontwikkelingen.
Wat is jullie visie op open source en open standaarden?
Lidwien: Ik vind open standaarden belangrijker dan open source voor het bereiken van de gewenste uitwisseling van gegevens. Zeker in het kader van onze productvisie en strategie. Hierin vormt het koppelen met gegevens en informatie uit diverse softwareapplicaties van verschillende leveranciers een heel belangrijk aspect voor het verbeteren van de gemeentelijke dienstverlening. Je wilt de samenhang bij het uitwisselen van gegevens en informatie zo goed mogelijk afgedekt hebben. En daar natuurlijk ook gedegen op kunnen testen. Daarvoor zijn open standaarden tussen de verschillende samenwerkende partijen cruciaal. Voor de leveranciers voor de technische uitwisseling en inhoudelijk voor de gemeentelijke afdelingen die de gegevens moeten delen. Applicaties die zijn gebouwd met behulp van open source software zijn dan maar één aspect in het grote geheel. Daarnaast geeft het gebruik van open source software geen garantie dat de software gebruik maakt van noodzakelijke open standaarden.
Ben: Ik ben het hier mee eens, alleen wil ik de scope iets breder aanzetten. Het gaat niet meer alleen om de interne uitwisseling van gegevens en informatie, maar ook om de uitwisseling van informatie en gegevens tussen organisaties, zoals bijvoorbeeld bij de basisregistraties. Interoperabiliteit dus. Het vermogen van informatiesystemen om op elektronische wijze gegevens uit te kunnen wisselen binnen en tussen organisaties. Daar ligt de grootste uitdaging voor de komende jaren binnen de publieke sector. Op die manier kunnen ICTtoepassingen namelijk oplossingen voor maatschappelijke problemen faciliteren. Hoe kunnen we bijvoorbeeld de gegevens en informatie van verschillende instanties het best aan elkaar koppelen voor het Elektronisch Kind Dossier? Hoe verbeteren we daarmee het signaleren van problemen bij kinderen? En hoe garanderen we de privacy van ouder en kind? Maar ook vragen als, hoe we in het kader van rampen- en crisisbeheersing de uitwisseling van gegevens en informatie tussen bijvoorbeeld gemeenten en de betrokken hulpverleners kunnen verbeteren? En daarmee de gevolgen voor mensen en objecten zoveel mogelijk kunnen beperken. Dat zijn de issues waar het mij om gaat.
Bestuurlijk Den Haag wekt nu de indruk zich voor de nabije toekomst blind te staren op het gebruik van open source software. Hoe kijken jullie tegen deze discussie aan?
Lidwien: Ik vind het een vreemde gedachte dat de inzet van open source software binnen de overheid beter zou zijn voor de ontwikkeling van de Nederlandse kenniseconomie. Dat is een volledige miskenning van wat in de bestaande industrie – ook wel gesloten software genoemd – gebeurt. Wij voegen als leveranciers op dit vlak immers voortdurend specifieke kennis en deskundigheid toe aan bestaande software-(ontwikkel)-technologieën. Hierdoor ontstaat functionaliteit, waardoor de software pas echt geschikt wordt om organisaties en medewerkers te ondersteunen bij de uitvoering van bijvoorbeeld wettelijke taken en activiteiten. Daarmee levert deze industrietak dus een enorme bijdrage aan de ontwikkeling van de Nederlandse kenniseconomie.
Ben: Kijk ook eens naar de werkgelegenheid in de gesloten software-industrie. Alleen in Nederland gaat het dan al om meer dan duizend bedrijven en tienduizenden banen, die allemaal investeren en bijdragen aan de ontwikkeling van specifieke softwaretoepassingen voor specifieke marktsegmenten. Daarmee leveren zij dus een substantiële bijdrage aan de Nederlandse economie in het algemeen en de kenniseconomie in het bijzonder.
Lidwien: Er werkt op dit moment slechts een handvol mensen met open source software. Uit het GV gebruikersonderzoek bleek dat onder gemeenten nog weinig animo was voor backofficesystemen op basis van open source. De tekstverwerker en het agenda-systeem boden mogelijkheden, maar op andere gebieden wil men zich er niet aan wagen. Zeker niet als je kijkt naar de automatisering van bijvoorbeeld een leerlingen- of begraafplaatsadministratie. Natuurlijk is het wel wenselijk dat de gangbare open source producten door ons worden ondersteund en dat doen we ook. Zo kunnen onze producten bijvoorbeeld werken met een open besturingssysteem als Linux (Red hat of Suse) of werken met open office als tekstverwerker.
Voor meer informatie kunt u het gehele artikel downloaden