mei 18, 2012
Volg Eburg

Thema's



Oplossingen

Thema'sICTInteroperabiliteit    
Interoperabiliteit door de ogen van Karel De Vriendt

Het modewoord van dit moment in IT-land is zonder enige twijfel interoperabiliteit. Iedereen die serieus genomen wil worden, heeft daar een mening over. IDA II, de voorloper van het IDABC (Interoperable Delivery of Pan-European eGovernment Services to Public Administrations, Business and Citizens) programma heeft in 2004 een rapport uitgebracht over het ‘European Interoperability Framework for Pan European eGovernment Services’. Inmiddels zijn diverse lidstaten hier mee aan de slag en werkt het IDABC aan een tweede versie. In gesprek met Karel De Vriendt, hoofd van de European eGovernment Services Unit van het IDABC, blijkt echter dat er verschillende soorten van interoperabiliteit bestaan. En dat technische mogelijkheden lang niet altijd de garantie zijn voor een goede uitwisseling van informatie.

Voordat we ons branden aan het hete hangijzer ‘interoperabiliteit’, willen we eerst eigenlijk weten wat het IDABC precies doet …

Het IDABC programma houdt zich bezig met het ondersteunen en bevorderen van de ontwikkeling van pan- Europese eGovernmenttoepassingen. De lidstaten zijn volledig autonoom wat betreft hun administratieve toepassingen, dus wij werken enkel op een niveau waar samenwerking op Europees vlak nodig is. Wij doen dat op twee verschillende manieren. Enerzijds zijn er veelvuldige projecten binnen de commissiediensten, die – ten gevolge van Europese wetgeving – systemen moeten ontwikkelen om gegevens uit te wisselen met de lidstaten of tussen de lidstaten onderling. En praktisch iedere Europese regelgeving leidt vandaag de dag op de een of andere manier tot het uitwisselen van gegevens. Dergelijke projecten ondersteunen wij met raad en, voor zover daar geen eigen budget voor is vrij gemaakt, met geld. Dit is het aspect van IDABC waar we binnen de commissie het best voor gekend zijn. Maar niet datgene waar we buiten de commissie voor gekend zijn. Wat wij daarnaast namelijk ook doen, is mensen samen brengen rond thema’s zoals interoperabiliteit, open standaards of het samen ontwikkelen en/of delen van toepassingen. Dat is de tweede manier. Dit soort initiatieven zijn horizontaal, niet gericht op één bepaald project of sector. Dus wij hebben enerzijds concrete projecten, waar wij budget voor ter beschikking stellen, en anderzijds horizontale activiteiten.

In hoeverre kunnen jullie de lidstaten dingen opleggen?
Wij hebben wel contact met de lidstaten over allerlei dingen, maar geen formele macht. Het is niet zo dat wij de lidstaten te zeggen hebben wat zij moeten doen of hoe zij bepaalde dingen moeten doen. Wij hebben als Europese Unie geen enkele macht over de lidstaten wat betreft de organisatie van hun bestuur (of wat betreft de ICT-toepassingen die deze organisatie ondersteunen).

Maar zijn al die activiteiten van jullie dan geen verspilde moeite?
Er is een soort wisselwerking met de lidstaten. Degenen die het snelst vooruit gaan, hebben ons niet nodig. Zij doen wat ze denken te moeten doen en dat komt wel goed. Dan zijn er ook nog een aantal die minder snel vooruit gaan, maar die wel vooruit wíllen. Die ondervinden bijvoorbeeld iets meer weerstand, of hun administraties zijn wat ouder en trager. Dan kunnen richtlijnen of raadgevingen die van ons komen, die dus ondersteund worden door de lidstaten als groep, die mensen helpen om dingen voor elkaar te krijgen. De Europese dynamiek kan daarbij soms bepalend zijn. Dan wordt gezegd: ‘we moeten dat doen, want Brussel heeft dat gezegd’. Maar Brussel zegt echter nooit iets. Het zijn de lidstaten die zeggen ‘Brussel, kan gij niet zeggen dat …’. Maar dat geeft wel een support aan mensen of groepen die daar binnen de lidstaten iets mee willen doen. Zo ontstaat dan een stuk dynamiek.

Is het zo ook gegaan met het European Interoperability Framework, dat jullie neergelegd hebben?
Het European Interoperability Framework is een vrij beperkt document. Het gaat over een aantal basisbeginselen met betrekking tot interoperabiliteit. De eerste versie daarvan is uitgekomen in 2004, maar in feite dateren de discussies daarover al van 2002. Sindsdien hebben heel wat lidstaten hun eigen interoperability frameworks opgezet, die gebaseerd of geïnspireerd zijn op ons framework. Wij zijn nu aan het werken aan een tweede versie van het European Interoperability Framework, want doordat de lidstaten veel meer gedetailleerd dingen uitwerken of het toepassen in concrete situaties zijn er vragen gekomen om nieuwe concepten in te brengen of zaken aan te passen. Dit is gebleken tijdens vergaderingen over interoperabiliteit, die we regelmatig hebben met experts uit de lidstaten.

Het doel is uiteindelijk betere dienstverlening aan de burgers. En administraties denken niet meer dat de burger ten dienste staat van die administratie. Die dingen zijn al omgekeerd. Maar ik maak me ook geen illusies, wij zijn zeer beperkt. Wij kunnen slechts wat aanzetten geven en hopen dat ze nu en dan meegepikt worden. Toch mogen we niet klagen. Als ik nu zie hoeveel landen al interoperability frameworks hebben, hebben we toch wel enige impact. Ook al is die indirect.

Voor meer informatie kunt u het gehele artikel downloaden

Het modewoord van dit moment in IT-land is zonder enige twijfel interoperabiliteit. Iedereen die serieus genomen wil worden, heeft daar een mening over. IDA II, de voorloper van het IDABC (Interoperable Delivery of Pan-European eGovernment Services to Public Administrations, Business and Citizens) programma heeft in 2004 een rapport uitgebracht over het ‘European Interoperability Framework for Pan European eGovernment Services’. Inmiddels zijn diverse lidstaten hier mee aan de slag en werkt het IDABC aan een tweede versie. In gesprek met Karel De Vriendt, hoofd van de European eGovernment Services Unit van het IDABC, blijkt echter dat er verschillende soorten van interoperabiliteit bestaan. En dat technische mogelijkheden lang niet altijd de garantie zijn voor een goede uitwisseling van informatie.

Voordat we ons branden aan het hete hangijzer ‘interoperabiliteit’, willen we eerst eigenlijk weten wat het IDABC precies doet …

Het IDABC programma houdt zich bezig met het ondersteunen en bevorderen van de ontwikkeling van pan- Europese eGovernmenttoepassingen. De lidstaten zijn volledig autonoom wat betreft hun administratieve toepassingen, dus wij werken enkel op een niveau waar samenwerking op Europees vlak nodig is. Wij doen dat op twee verschillende manieren. Enerzijds zijn er veelvuldige projecten binnen de commissiediensten, die – ten gevolge van Europese wetgeving – systemen moeten ontwikkelen om gegevens uit te wisselen met de lidstaten of tussen de lidstaten onderling. En praktisch iedere Europese regelgeving leidt vandaag de dag op de een of andere manier tot het uitwisselen van gegevens. Dergelijke projecten ondersteunen wij met raad en, voor zover daar geen eigen budget voor is vrij gemaakt, met geld. Dit is het aspect van IDABC waar we binnen de commissie het best voor gekend zijn. Maar niet datgene waar we buiten de commissie voor gekend zijn. Wat wij daarnaast namelijk ook doen, is mensen samen brengen rond thema’s zoals interoperabiliteit, open standaards of het samen ontwikkelen en/of delen van toepassingen. Dat is de tweede manier. Dit soort initiatieven zijn horizontaal, niet gericht op één bepaald project of sector. Dus wij hebben enerzijds concrete projecten, waar wij budget voor ter beschikking stellen, en anderzijds horizontale activiteiten.

In hoeverre kunnen jullie de lidstaten dingen opleggen?
Wij hebben wel contact met de lidstaten over allerlei dingen, maar geen formele macht. Het is niet zo dat wij de lidstaten te zeggen hebben wat zij moeten doen of hoe zij bepaalde dingen moeten doen. Wij hebben als Europese Unie geen enkele macht over de lidstaten wat betreft de organisatie van hun bestuur (of wat betreft de ICT-toepassingen die deze organisatie ondersteunen).

Maar zijn al die activiteiten van jullie dan geen verspilde moeite?
Er is een soort wisselwerking met de lidstaten. Degenen die het snelst vooruit gaan, hebben ons niet nodig. Zij doen wat ze denken te moeten doen en dat komt wel goed. Dan zijn er ook nog een aantal die minder snel vooruit gaan, maar die wel vooruit wíllen. Die ondervinden bijvoorbeeld iets meer weerstand, of hun administraties zijn wat ouder en trager. Dan kunnen richtlijnen of raadgevingen die van ons komen, die dus ondersteund worden door de lidstaten als groep, die mensen helpen om dingen voor elkaar te krijgen. De Europese dynamiek kan daarbij soms bepalend zijn. Dan wordt gezegd: ‘we moeten dat doen, want Brussel heeft dat gezegd’. Maar Brussel zegt echter nooit iets. Het zijn de lidstaten die zeggen ‘Brussel, kan gij niet zeggen dat …’. Maar dat geeft wel een support aan mensen of groepen die daar binnen de lidstaten iets mee willen doen. Zo ontstaat dan een stuk dynamiek.

Is het zo ook gegaan met het European Interoperability Framework, dat jullie neergelegd hebben?
Het European Interoperability Framework is een vrij beperkt document. Het gaat over een aantal basisbeginselen met betrekking tot interoperabiliteit. De eerste versie daarvan is uitgekomen in 2004, maar in feite dateren de discussies daarover al van 2002. Sindsdien hebben heel wat lidstaten hun eigen interoperability frameworks opgezet, die gebaseerd of geïnspireerd zijn op ons framework. Wij zijn nu aan het werken aan een tweede versie van het European Interoperability Framework, want doordat de lidstaten veel meer gedetailleerd dingen uitwerken of het toepassen in concrete situaties zijn er vragen gekomen om nieuwe concepten in te brengen of zaken aan te passen. Dit is gebleken tijdens vergaderingen over interoperabiliteit, die we regelmatig hebben met experts uit de lidstaten.

Het doel is uiteindelijk betere dienstverlening aan de burgers. En administraties denken niet meer dat de burger ten dienste staat van die administratie. Die dingen zijn al omgekeerd. Maar ik maak me ook geen illusies, wij zijn zeer beperkt. Wij kunnen slechts wat aanzetten geven en hopen dat ze nu en dan meegepikt worden. Toch mogen we niet klagen. Als ik nu zie hoeveel landen al interoperability frameworks hebben, hebben we toch wel enige impact. Ook al is die indirect.

Voor meer informatie kunt u het gehele artikel downloaden

Afdrukken  

Meer over dit thema

Vrijblijvend downloaden

Vragen/opmerkingen over Eburg.nl? Klik hier.

 

Vragen/opmerkingen over Eburg.nl? Klik hier.

 


Home | Thema's | Oplossingen | Events | Nieuwsbrief | Over Eburg | Blog
  © Copyright 2007-2012 Eburg.nl   Gebruiksovereenkomst  Privacy Statement  Het ZenuwCentrum