In 2015 is Nederland internationaal koploper op het gebied van ICT. Dat is de uitdagende ambitie van dit kabinet. Een ambitie die de komende jaren gestalte moet krijgen met de ICT-Agenda 2008-2011.
De staatssecretarissen van Economische Zaken en Binnenlandse Zaken nemen hierbij het voortouw. Maar zij zijn zeker niet de enige spelers. Samenwerking met bedrijven, burgers en consumenten is noodzakelijk. Nu meer dan ooit. Dat vindt Mark Frequin, directeurgeneraal Energie en Telecom bij het ministerie van Economische zaken (EZ), verantwoordelijk voor de coördinatie van het ICT-beleid. We spraken met hem over de ICT-Agenda, de Nederlandse economie, de rol van het bedrijfsleven en de relatie met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK).
Wat is uw doelstelling met de ICT-Agenda?
Met de ICT-Agenda willen we als overheid bereiken dat Nederland in 2015 tot de internationale koplopers op ICT-gebied behoort. Hiervoor willen we een fundament leggen in de periode tot 2011. Een stevig fundament dat gaat bijdragen aan een duurzame economische groei. De ICT-Agenda is in dat kader ook écht een sturingsinstrument.
Koploper op ICT-gebied? Maar we doen het op dit moment toch al goed op het terrein van ICT. Op de internationale ranglijst staan we zelfs al jaren in de top tien.
We hebben een uitstekende ICT-infrastructuur, maar om in de toekomst ook tot die top te kunnen behoren, zijn nog een aantal aspecten voor verbetering vatbaar. Bijvoorbeeld als het gaat om het gebruik van ICT. Niet voor niets is de titel van de ICT-Agenda ‘De gebruiker centraal in de digitale dienstenmaatschappij’. Het is van het grootste belang dat elke burger kan omgaan met ICT en digitale diensten. En dat de burger deze vorm van dienstverlening vertrouwt, waardeert en gebruikt.
De innovatieve burger is al een stapje verder en maakt gebruik van bekende voorbeelden als YouTube, Wikipedia en Flickr. Dit zijn stormachtige ontwikkelingen rondom Web 2.0 die snel opkomen, maar binnen de ICT-Agenda nog weinig aandacht krijgen. Zijn er binnen uw ministerie al ideeën hoe u op deze ontwikkelingen gaat inspelen?
We doen veel onderzoek naar de mogelijkheden om met Web 2.0 onze dienstverlening te verbeteren. Tegelijkertijd initiëren we bij het ministerie van BZK verschillende pilots in de praktijk. We zijn dus ook praktisch bezig, zowel voor burgers als bedrijven. Bijvoorbeeld via het forum higherlevel.nl, waar ondernemers bij elkaar kunnen aankloppen met vragen over regelgeving en overheidsbeleid. Of elkaar helpen bij het opstellen van businesscases.
Burgers willen we met Web 2.0 een rol geven in het vormgeven van beleid, bijvoorbeeld door prijsvragen uit te schrijven voor het creatief gebruik van overheidsinformatie. Daarnaast zetten we bij burgers sterk in op het programma Burgerlink, hiermee kunnen we ze betrekken bij grote problemen die op dat moment spelen. Dit kan lokaal bij een specifiek probleem in de wijk, maar ook bij een landelijk issue. Er zit zoveel kennis bij de burger, daar moeten we als overheid van profiteren. Het zijn tenslotte de gebruikers van zo’n Web 2.0-toepassing die uiteindelijk bepalen hoe nuttig het wordt, zij maken de site. Dat is nog best een hele uitdaging. Maar je ziet dat de markt deze ontwikkelingen zelf oppakt. Kijk bijvoorbeeld naar de inzet van serious gaming binnen het onderwijs en de wereld van veiligheid.
Voor meer informatie kunt u het gehele artikel downloaden
In 2015 is Nederland internationaal koploper op het gebied van ICT. Dat is de uitdagende ambitie van dit kabinet. Een ambitie die de komende jaren gestalte moet krijgen met de ICT-Agenda 2008-2011.
De staatssecretarissen van Economische Zaken en Binnenlandse Zaken nemen hierbij het voortouw. Maar zij zijn zeker niet de enige spelers. Samenwerking met bedrijven, burgers en consumenten is noodzakelijk. Nu meer dan ooit. Dat vindt Mark Frequin, directeurgeneraal Energie en Telecom bij het ministerie van Economische zaken (EZ), verantwoordelijk voor de coördinatie van het ICT-beleid. We spraken met hem over de ICT-Agenda, de Nederlandse economie, de rol van het bedrijfsleven en de relatie met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK).
Wat is uw doelstelling met de ICT-Agenda?
Met de ICT-Agenda willen we als overheid bereiken dat Nederland in 2015 tot de internationale koplopers op ICT-gebied behoort. Hiervoor willen we een fundament leggen in de periode tot 2011. Een stevig fundament dat gaat bijdragen aan een duurzame economische groei. De ICT-Agenda is in dat kader ook écht een sturingsinstrument.
Koploper op ICT-gebied? Maar we doen het op dit moment toch al goed op het terrein van ICT. Op de internationale ranglijst staan we zelfs al jaren in de top tien.
We hebben een uitstekende ICT-infrastructuur, maar om in de toekomst ook tot die top te kunnen behoren, zijn nog een aantal aspecten voor verbetering vatbaar. Bijvoorbeeld als het gaat om het gebruik van ICT. Niet voor niets is de titel van de ICT-Agenda ‘De gebruiker centraal in de digitale dienstenmaatschappij’. Het is van het grootste belang dat elke burger kan omgaan met ICT en digitale diensten. En dat de burger deze vorm van dienstverlening vertrouwt, waardeert en gebruikt.
De innovatieve burger is al een stapje verder en maakt gebruik van bekende voorbeelden als YouTube, Wikipedia en Flickr. Dit zijn stormachtige ontwikkelingen rondom Web 2.0 die snel opkomen, maar binnen de ICT-Agenda nog weinig aandacht krijgen. Zijn er binnen uw ministerie al ideeën hoe u op deze ontwikkelingen gaat inspelen?
We doen veel onderzoek naar de mogelijkheden om met Web 2.0 onze dienstverlening te verbeteren. Tegelijkertijd initiëren we bij het ministerie van BZK verschillende pilots in de praktijk. We zijn dus ook praktisch bezig, zowel voor burgers als bedrijven. Bijvoorbeeld via het forum higherlevel.nl, waar ondernemers bij elkaar kunnen aankloppen met vragen over regelgeving en overheidsbeleid. Of elkaar helpen bij het opstellen van businesscases.
Burgers willen we met Web 2.0 een rol geven in het vormgeven van beleid, bijvoorbeeld door prijsvragen uit te schrijven voor het creatief gebruik van overheidsinformatie. Daarnaast zetten we bij burgers sterk in op het programma Burgerlink, hiermee kunnen we ze betrekken bij grote problemen die op dat moment spelen. Dit kan lokaal bij een specifiek probleem in de wijk, maar ook bij een landelijk issue. Er zit zoveel kennis bij de burger, daar moeten we als overheid van profiteren. Het zijn tenslotte de gebruikers van zo’n Web 2.0-toepassing die uiteindelijk bepalen hoe nuttig het wordt, zij maken de site. Dat is nog best een hele uitdaging. Maar je ziet dat de markt deze ontwikkelingen zelf oppakt. Kijk bijvoorbeeld naar de inzet van serious gaming binnen het onderwijs en de wereld van veiligheid.
Voor meer informatie kunt u het gehele artikel downloaden