Gemeenten hebben de ambitie binnen enkele jaren 'de eerste overheid voor burgers en bedrijven’ te zijn. Ze staan het dichtst bij burgers, bedrijven en instellingen, waardoor het een logische verklaring lijkt te zijn hen als eerste aanspreekpunt te gebruiken. Belangrijk, want de burger zal daardoor minder snel van het kastje naar de muur gestuurd worden. Terwijl de gemeenten met hun frontoffice stilaan naar topniveau moeten gaan groeien. Het nieuw op te richten Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING) gaat helpen bij deze kwaliteitsimpuls.
Een interview met kwartiermaker Cees Meesters, tevens voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken en directeur Burgerzaken en Basisregistraties gemeente Rotterdam, over de voortgang, ambities en toekomst van KING.
Wat zijn de belangrijkste redenen geweest om KING op te richten?
Het statement vanuit de commissie Jorritsma om gemeenten als ‘eerste overheid’ te laten fungeren was de belangrijkste aanjager om KING op te richten. Gemeenten moeten daardoor nog meer focussen op het verlenen van kwaliteit in het frontoffice. Daarnaast zijn een aantal projecten op het gebied van dienstverlening en ICT van tijdelijke aard, terwijl continuïteit daarin cruciaal is voor het verwezenlijken van de ambities uit deze projecten. Er zijn kwaliteitsinstrumenten nodig om dit te realiseren. KING initieert hiervoor een drietal trajecten.
Het eerste aspect is de noodzaak tot het verder ontwikkelen en beheren van standaarden en hulp bij het implementeren daarvan. KING continueert in feite de activiteiten van EGEM en de EGEM i-teams, die in 2010 ophouden te bestaan.
Het tweede aspect is de intentie om gemeenten onderling met elkaar te vergelijken en niet meer via allerlei monitorinstrumenten vanuit het Rijk. Daarmee dwing je gemeenten om de dienstverlening naar de klant op een hoog kwaliteitsniveau te brengen en vooral ook te houden, je wil immers niet achterblijven ten opzichte van andere gemeenten. Hiervoor gaan we de huidige benchmarkingmodellen doorontwikkelen. Dit moeten we zo doen dat elke gemeente ook daadwerkelijk meedoet.
Als dat goed gaat, kun je daarmee meteen het derde aspect oppakken: het meten van de bestuurskracht van de gemeente. De resultaten uit de benchmark
vormen hiervoor belangrijke input.
Voor meer informatie kunt u het gehele artikel downloaden.